Woordanker leesuitgave ‹ ›

Psalm

Psalm 74

Een maskil van Asaf.

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

Waarom, God, hebt u ons voor altijd verworpen? Waarom smeult uw woede tegen de schapen van uw weide?

Houd de gemeenschap in gedachten die u ooit verwierf, de stam die u vrijkocht als uw eigen bezit, en de berg Sion waar u uw woning nam.

Zet uw stappen naar de eindeloze puinhopen: in het heiligdom heeft de vijand alles kapotgemaakt.

In het hart van uw ontmoetingsplaats hebben uw tegenstanders geraasd en er hun eigen veldtekens neergezet.

Het leek wel of men in een dicht geboomte de bijlen omhooghief.

En nu ramden zij het houtsnijwerk aan gruzelementen, alles ineens, met hakbijl en breekijzer.

Zij lieten uw heiligdom in vlammen opgaan en ontheiligden tot de grond toe de woonplaats van uw naam.

Zij namen zich voor: “Wij bedwingen hen allemaal”, en zij staken elke ontmoetingsplaats met God in het land in brand.

Onze eigen tekens nemen wij niet meer waar;
er is geen profeet meer, en niemand van ons weet hoelang dit nog voortduurt.

Tot wanneer, God, zal de belager blijven honen? Blijft de vijand uw naam voor eeuwig belasteren?

Waarom houdt u uw hand terug, uw rechterhand? Haal haar uit de vouw van uw kleed en maak er een eind aan!

En toch is God van oudsher mijn koning, die op het midden van de aarde uitkomst bewerkt.

Het was u die met uw macht de zee uiteendreef en de koppen van de monsters op het water verbrijzelde.

Het was u die de koppen van de Leviatan verpletterde en hem tot spijs gaf aan het gedierte van de woestijn.

U liet bron en beek opborrelen, en u legde de nooit opdrogende rivieren droog.

Aan u behoort de dag, en ook de nacht is de uwe;
u hebt de lichtbron en de zon hun plek gegeven.

U hebt alle grenzen van de aarde bepaald;
zomer en winter hebt u gevormd.

Denk hieraan, HEER: de vijand drijft de spot, en een dwaas volk belastert uw naam.

Lever het leven van uw tortelduif niet uit aan de roofdieren, en vergeet het leven van uw verdrukten niet voor altijd.

Sla acht op het verbond, want de duistere uithoeken van het land zitten vol schuilholen van geweld.

Laat de vertrapte niet met schande naar huis gaan;
laten de arme en de behoeftige uw naam loven.

Rijs op, God, bepleit uw eigen zaak;
bedenk hoe de dwaas u de hele dag bespot.

Vergeet het getier van uw tegenstanders niet, het aanzwellende rumoer van wie tegen u in opstand komen, dat almaar hoger opstijgt.

← Psalm 73Psalm 75 →