Woordanker leesuitgave ‹ ›

Psalm

Psalm 101

Een psalm van David.

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

Ik bezing uw liefde en gerechtigheid;
u, HEER, wil ik met snarenspel loven.

Ik wil letten op de weg van de onberispelijkheid;
wanneer komt u naar mij toe? Met een zuiver hart wil ik mijn leven leiden, tot binnen in mijn huis.

Niets kwaadaardigs houd ik mij voor ogen;
het bedrijven van ontrouw verafschuw ik, het krijgt geen greep op mij.

Een verwrongen gezindheid houd ik ver van mij;
met het kwade wil ik niets van doen hebben.

Wie in het geniep zijn naaste zwartmaakt, zal ik het zwijgen opleggen;
de hooghartige blik en het opgeblazen hart kan ik niet uitstaan.

Mijn blik rust op de betrouwbaren in het land, zodat zij bij mij hun woonplaats vinden;
wie een onberispelijke weg bewandelt, mag mij dienen.

In mijn huis krijgt geen bedrieger onderdak;
wie leugens verkoopt, houdt onder mijn ogen geen stand.

Morgen na morgen leg ik alle goddelozen in het land het zwijgen op, om uit de stad van de HEER ieder die onrecht pleegt te verwijderen.

← Psalm 100Psalm 102 →