Hoofdstuk
Jesaja 63
Wie komt daar aan vanuit Edom, met karmozijnrode kleren uit Bosra? Wie is die schitterend uitgedoste gestalte, die in zijn geweldige kracht voortstapt? “Ik ben het, die naar recht spreek en die de macht bezit om te bevrijden.” Waarom is uw kledij zo rood en zien uw gewaden eruit als die van iemand die de druiven in de pers stampt? “De perskuip heb ik in mijn eentje getreden, zonder dat er iemand van de volken bij mij was. Ik heb hen in mijn woede vertrapt en in mijn razernij vertreden; hun bloed spatte tegen mijn kleren en heel mijn gewaad heb ik daarmee besmeurd. In mijn hart droeg ik immers een dag van wraak, en het jaar van mijn verlossing was aangebroken. Ik keek om mij heen, maar niemand kwam mij te hulp; verbijsterd stond ik erbij, maar er was geen mens die mij steunde. Toen bracht mijn eigen arm mij de overwinning en was het mijn razernij die mij overeind hield. Ik heb volken vertrapt in mijn woede, ik maakte hen dronken van mijn razernij en liet hun bloed op de grond wegvloeien.”
De blijken van trouw van de HEER wil ik in herinnering brengen, met roemvolle lofliederen op de HEER, om al het goede dat de HEER ons heeft bewezen en de rijke weldaden aan het volk van Israël, die hij hun schonk vanuit zijn mededogen en zijn onmetelijke trouw. Hij zei: “Zij zijn immers mijn eigen volk, kinderen die mij niet zullen bedriegen.” En zo werd hij hun redder. Wanneer zij het benauwd hadden, leed hij met hen mee, en de engel die hem vertegenwoordigt bracht hun uitkomst; uit liefde en medelijden kocht hij hen vrij, hij tilde hen op en droeg hen door alle dagen van het verre verleden heen.
Maar zij verzetten zich en griefden zijn heilige Geest; daarom sloeg hij tegen hen om en veranderde in hun vijand, en hijzelf voerde strijd tegen hen. Toen dacht zijn volk terug aan lang vervlogen tijden, aan Mozes: “Waar is hij toch die hen samen met de herder van zijn kudde uit de zee omhoog liet komen? Waar bleef degene die zijn heilige Geest te midden van hen plaatste, die zijn glansrijke arm aan Mozes’ rechterzijde liet optreden, die het water voor hun ogen kliefde om zich zo een naam te verwerven die voor altijd blijft, die hen door de watervloeden voerde? Als een paard dat over open vlakte draaft, kwamen zij niet ten val. Zoals vee dat de vallei in trekt om te rusten, zo leidde de Geest van de HEER hen naar een rustplaats.” Op die manier hebt u uw volk begeleid en zo een luisterrijke naam voor uzelf gevestigd.
Kijk toch vanuit de hemel omlaag en zie ons vanuit uw heilige en luisterrijke verblijfplaats. Waar zijn uw geestdrift en uw machtige daden gebleven? Uw innerlijke bewogenheid en uw ontferming houdt u voor mij achter. U bent immers onze Vader, ook al zou Abraham niets van ons weten en Israël ons niet als de zijnen herkennen; u, HEER, bent onze Vader, en van oudsher draagt u de naam onze bevrijder. Waarom, HEER, laat u ons van uw wegen afdwalen en verhardt u ons hart, zodat wij geen ontzag meer voor u hebben? Kom toch weer terug, omwille van de dienaren die u hebt, de stammen van uw erfdeel. Uw heilige volk heeft het maar even in bezit gehad; onze belagers hebben uw heiligdom onder de voet gelopen. We zijn geworden als mensen over wie u nooit hebt geregeerd, over wie uw naam nog nooit is uitgeroepen.