Woordanker leesuitgave ‹ ›

Hoofdstuk

Jesaja 57

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

Wie rechtvaardig leeft komt om zonder dat iemand er aandacht aan schenkt, en trouwe mensen worden weggehaald zonder dat iemand doorheeft dat de rechtvaardige juist wordt weggenomen om hem het naderende onheil te besparen. Hij treedt de vrede binnen; wie de rechte koers heeft aangehouden, komt tot rust op zijn laatste rustplaats.

Maar jullie, kom eens hierheen, jullie kinderen van een waarzegster, nakroost van een overspelige man en een vrouw die haar lichaam verkocht! Wie is het mikpunt van jullie spot? Tegen wie trekken jullie een grote bek open en steken jullie de tong uit? Zijn jullie niet zelf een broedsel van opstandigheid en een leugenachtig nageslacht, jullie die in wellust ontvlammen bij de terebinten en onder elke lommerrijke boom, en die je kinderen offeren in de rivierdalen, onder de overhangende rotskloven? Bij de gladgeslepen kiezels van de beek ligt jouw aandeel; juist die zijn jouw lotsbestemming. Ook aan hen heb je een plengoffer uitgegoten en een graanoffer opgedragen; zou ik daar genoegen mee nemen?

Boven op een hoge, torenende berg heb je je slaapplaats opgemaakt, en ook daarheen ben je opgeklommen om te offeren. Achter de deur en de deurstijl heb je je eigen afgodsteken aangebracht. Je hebt mij de rug toegekeerd, je hebt je ontkleed en je bent op je brede bed geklommen; je sloot een pact met hen wier bed je liefhad, en je hield je blik op hun naaktheid gericht. Met olie ging je op weg naar de koning en je stapelde de zalfjes op; je stuurde je boden tot in verre streken en liet je afdalen tot diep in het dodenrijk. Al werd je door je eindeloze zwerftocht doodmoe, toch zei je nooit dat het zinloos was; steeds vond je opnieuw levenslust, en daardoor raakte je niet uitgeput.

Voor wie was je zo huiverig en angstig dat je bedrog beging, mij vergat en mij niet meer ter harte nam? Komt het niet doordat ik al zo lang gezwegen heb dat je geen ontzag meer voor mij hebt? Ik zal jouw zogenaamde gerechtigheid en al je daden aan het licht brengen, maar ze zullen je van geen enkel nut zijn. Roep je om hulp, laat dan die hele verzameling afgoden van je maar redding brengen! Maar de wind blaast ze allemaal weg en een zuchtje adem voert ze mee. Wie echter bij mij schuilt, zal het land in bezit krijgen en mijn heilige berg als eigendom ontvangen.

Dan zal er geroepen worden: “Hoog het op, hoog de weg op en maak hem begaanbaar, ruim elk obstakel weg van de route van mijn volk!” Want dit zegt hij die verheven en hoogverheven is, die voor eeuwig zetelt en wiens naam heilig is: ik verblijf in de verhevenheid en heiligheid, maar tegelijk bij wie verpletterd en nederig van geest is, om het gemoed van de nederigen weer op te richten en het hart van de verpletterden nieuw leven in te blazen. Want ik zal niet eindeloos een geschil voeren en niet voor altijd woedend blijven, anders zou de levensgeest voor mij bezwijken, de adem die ik zelf heb voortgebracht. Vanwege de zonde van zijn geldzucht was ik verbolgen, ik gaf hem slagen en trok me terug in mijn woede, maar hij bleef koppig de weg van zijn eigen wil bewandelen. Ik heb gezien welke wegen hij ging, en toch zal ik hem beter maken; ik zal hem geleiden en hem opnieuw troost bieden, hem en allen die met hem treuren, terwijl ik een danklied op hun lippen leg: “Alle vrede toegewenst aan wie veraf woont en evenzeer aan wie nabij is,” luidt de uitspraak van de HEER, en genezing zal ik hem brengen.

Maar wie kwaad doen zijn als een opgezweepte zee die niet tot bedaren komt, waarvan de golven vuil en modder omhoogwoelen. Er is geen vrede, zegt mijn God, weggelegd voor wie kwaad doen.

← Jesaja 56Jesaja 58 →