Woordanker leesuitgave ‹ ›

Hoofdstuk

Jesaja 56

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

Dit verklaart de HEER: houd je aan het recht en handel rechtvaardig, want het duurt niet lang meer of mijn redding breekt aan en mijn gerechtigheid komt aan het licht. Gelukkig is de mens die zo leeft, het mensenkind dat hieraan blijft vasthouden: die de sabbat in acht neemt zonder die te ontwijden en die zijn hand ervan terughoudt ook maar iets verkeerds te doen.

De vreemdeling die zich aan de HEER heeft verbonden moet niet somber verzuchten dat de HEER hem vast en zeker van zijn volk zal afsnijden, en laat de ontmande niet klagen dat hij niet meer is dan een verdorde boom. Want dit is wat de HEER zegt over de ontmanden die mijn sabbatdagen onderhouden, die verkiezen wat mij behaagt en die trouw blijven aan mijn verbond: binnen de muren van mijn tempel schenk ik hun een blijvend monument en een naam die meer waard is dan zonen en dochters; een naam die eeuwig standhoudt geef ik hun, een die nooit zal worden uitgewist. En de vreemdelingen die zich bij de HEER voegen om hem te dienen, die de naam van de HEER liefhebben en zijn dienaren willen zijn, ieder die de sabbat houdt zonder die te ontwijden en die vasthoudt aan mijn verbond, die zal ik naar mijn heilige berg brengen en met vreugde vervullen in mijn gebedshuis; hun brand- en slachtoffers zullen op mijn altaar met welwillendheid worden aanvaard, want mijn huis zal voor alle volken een huis van gebed worden genoemd. Zo spreekt de soevereine HEER, die de verdreven Israëlieten weer verzamelt: bij hen die al bijeengebracht zijn zal ik er nog meer toevoegen.

Kom maar opdagen om te vreten, wilde dieren van het veld, en jullie ook, alle beesten van het woud! De wachters van dit volk zijn stekeblind en beseffen niets; het zijn niet meer dan stomme honden die geen geluid kunnen maken, doezelend liggen ze te dromen en dutten het liefst de hele dag. Het zijn honden met een onverzadigbare vraatzucht die nooit genoeg krijgen. En zulke lieden zijn nota bene de herders! Enig inzicht ontbreekt hun; allemaal gaan ze hun eigen gang en zijn ze zonder uitzondering uit op eigen voordeel. “Kom,” zeggen ze, “ik haal wijn, laten we ons volgieten met drank! En morgen wordt vast net zo’n dag als vandaag, of nog veel weelderiger!”

← Jesaja 55Jesaja 57 →