Woordanker leesuitgave ‹ ›

Hoofdstuk

Jesaja 32

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

Let op: er komt een koning die met rechtvaardigheid zal regeren, en machthebbers die volgens het recht zullen besturen. Elk van hen zal als een luwte tegen de wind zijn en als een onderkomen bij noodweer, als waterstromen in een uitgedroogd gebied en als de schaduw van een reusachtige rots in verschroeid land. Dan zullen de ogen van wie kunnen zien niet langer toegeknepen blijven en zullen de oren van wie kunnen horen aandachtig luisteren. Het onbezonnen gemoed zal tot begrip komen, en de tong die struikelt zal vlot en duidelijk gaan spreken. Een dwaas zal dan niet meer voor edelman doorgaan en een oplichter zal niet langer aanzienlijk worden genoemd. Want een dwaas kraamt dwaasheid uit en zijn hart is uit op kwaad: hij handelt goddeloos en spreekt kwaad over de HEER, hij laat de hongerige onverzadigd en onthoudt de dorstige zijn slok water. De streken van een oplichter deugen niet; hij bedenkt gemene listen om weerlozen met leugenpraat te ruïneren, zelfs wanneer de arme zijn recht bepleit. Maar wie edel is, beraamt edele dingen en blijft in edelmoedig handelen standvastig.

Sta op, vrouwen die zo onbezorgd leven, en luister naar mijn stem; dochters die je zo veilig wanen, leen je oor aan mijn woord. Over iets meer dan een jaar zullen jullie huiveren, zorgeloze vrouwen, want de druivenoogst zal mislukken en er komt geen inzameling. Sidder, zorgeloze vrouwen, ril van angst, jullie die je zo zeker voelen; kleed je uit, ontdoe je van je gewaad en bind een rouwkleed om je middel. Sla je op de borst van verdriet om de verrukkelijke akkers en de rijkdragende wijnstok, om de grond van mijn volk waarop niets dan dorens en distels opschieten, ja, om alle huizen vol pret in die uitgelaten stad. Want het paleis is verlaten, de bruisende stad ligt er stil bij; burchtheuvel en wachttoren zijn voorgoed tot krochten verworden, een speelterrein voor wilde ezels en een graasplaats voor kudden,

totdat er van omhoog een Geest over ons wordt uitgegoten; dan verandert de woestijn in een boomgaard en zal de boomgaard tellen als een woud. Dan zal het recht zich in de woestijn vestigen en de gerechtigheid haar zetel vinden in de boomgaard. Wat de gerechtigheid uitwerkt zal vrede zijn, en wat zij voortbrengt is blijvende rust en veiligheid. Mijn volk zal wonen op een vredige plek, in veilige verblijven en op ongestoorde rustplaatsen. Ook al slaat de hagel het woud neer en wordt de stad tot de grond toe vernederd, gelukkig zijn jullie die aan alle waterkanten zaaien en je rund en ezel er vrij laten rondlopen.

← Jesaja 31Jesaja 33 →