Hoofdstuk
Jesaja 28
Wee de hoogmoedige erekroon van Efraïms dronkaards, de verlepte bloem van zijn schitterende pracht, boven aan het vruchtbare dal van hen die door de wijn geveld zijn! Kijk, de Heer beschikt over iemand die sterk en machtig is: als een striemende hagelbui, een vernietigende storm, als een vloedgolf van geweldige, kolkende wateren beukt hij alles met kracht tegen de grond. Onder de voeten wordt zij vertrapt, die hoogmoedige erekroon van Efraïms dronkaards. En de verlepte bloem van zijn schitterende pracht, boven aan het vruchtbare dal, zal het vergaan als een vroege vijg vóór de zomer: nauwelijks heeft iemand haar in het oog of hij verslindt haar zodra ze in zijn hand ligt. Als die dag er is, zal de HEER van de hemelse legermachten zelf de sierlijke kroon en de luisterrijke krans zijn voor wie er van zijn volk is overgebleven, een geest van rechtvaardigheid voor wie recht spreekt en een bron van kracht voor wie de aanval terugdringt tot bij de poort.
Ook deze mensen waggelen van de wijn en tuimelen van de sterkedrank: priester en profeet waggelen van de drank, benevelen zich met wijn en tuimelen van de drank; bij hun visioenen wankelen zij en bij het rechtspreken struikelen zij. Ja, alle tafels liggen bezaaid met braaksel en smerigheid, geen plekje is nog schoon. “Aan wie wil hij eigenlijk kennis bijbrengen, en wie moet hij de boodschap laten begrijpen? Kinderen die pas de borst voorbij zijn en net van de moedermelk zijn afgehaald? Want het is maar: tsav latsav, tsav latsav, qav laqav, qav laqav; gebod na gebod, gebod na gebod, voorschrift na voorschrift, voorschrift na voorschrift, een stukje hier, een stukje daar.” Ja, in een brabbeltaal en een vreemde tongval zal hij tegen dit volk spreken, hij die eens tegen hen zei: “Hier is de rust, gun de vermoeide zijn verademing, hier is de verlichting”, maar zij weigerden te luisteren. Daarom zal het woord van de HEER voor hen worden: tsav latsav, tsav latsav, qav laqav, qav laqav; gebod na gebod, voorschrift na voorschrift, een stukje hier, een stukje daar, zodat zij bij het lopen achterovervallen, breken, verstrikt raken en gevangen worden.
Luister daarom naar het woord van de HEER, spotters die de baas spelen over dit volk in Jeruzalem. Jullie beweren immers: “Wij hebben met de dood een verbond gesloten en met het dodenrijk een overeenkomst getroffen; wanneer de razende gesel voorbijraast, zal die ons niet raken, want wij hebben van de leugen ons toevluchtsoord gemaakt en ons achter bedrog verschanst.” Daarom spreekt de soevereine HEER: Let op, in Sion leg ik als grondslag een steen, een beproefde en kostbare hoeksteen voor een hecht fundament. Wie daarop vertrouwt hoeft niet halsoverkop te vluchten. Het recht maak ik tot meetlint en de gerechtigheid tot schietlood; de hagel zal het toevluchtsoord van de leugen wegvagen en het water jullie schuilplaats overspoelen. Dan wordt jullie verbond met de dood tenietgedaan en houdt jullie overeenkomst met het dodenrijk geen stand; wanneer de razende gesel voorbijraast, worden jullie erdoor onder de voet gelopen. Iedere keer dat hij voorbijkomt, sleurt hij jullie mee, want morgen na morgen trekt hij voorbij, zowel overdag als ’s nachts; en enkel ontzetting brengt het besef van deze boodschap. Want het bed is te kort om je languit op neer te leggen en de deken te smal om je erin te hullen. Want de HEER zal opstaan zoals bij de berg Perasim en oprijzen zoals in het dal bij Gibeon, om zijn werk te verrichten, zijn bevreemdende werk, en zijn daad te volbrengen, die vreemde daad van hem. Houd daarom op met spotten, anders worden jullie boeien nog strakker aangetrokken; want ik heb vernomen dat er een vernietiging is besloten, onherroepelijk, door de soevereine HEER van de hemelse legermachten, over heel het land.
Spits je oren en luister naar mijn stem, let goed op en hoor mijn woord. Ploegt een boer soms de hele dag door om te zaaien, blijft hij eindeloos zijn grond openscheuren en eggen? Nee, zodra hij het oppervlak heeft geëffend, strooit hij toch dille en zaait hij komijn, zet hij de tarwe op rijen, de gerst op zijn eigen plek en de spelt langs de rand? Het is zijn God die hem de juiste werkwijze bijbrengt en hem onderricht hoe het hoort. Want dille dorst men niet met een dorsslede en over komijn laat men geen wagenwiel rollen; nee, de dille klopt men met een stok los en de komijn met een stokje. Broodgraan wordt fijngemalen, maar men blijft het niet eindeloos dorsen; men laat het wiel van de wagen en de paarden eroverheen gaan, zonder het te verpletteren. Ook dit gaat uit van de HEER van de hemelse legermachten: zijn raadsbesluit is wonderbaarlijk en zijn wijsheid is groot.