Woordanker leesuitgave ‹ ›

Hoofdstuk

Jesaja 21

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

De godsspraak over de woestijn aan de zee. Zoals wervelstormen over de Negev voortjagen, zo komt er iets aanstormen vanuit de woestijn, vanuit een geducht land. Een grimmig visioen werd mij geopenbaard: de verrader bedriegt en de plunderaar plundert. Ruk op, Elam! Beleger de stad, Medië! Aan alle gekerm dat zij veroorzaakte maak ik een einde. Daarom trekt een kramp door mijn lendenen en overvallen stuiptrekkingen mij zoals bij een vrouw die baart; wat ik hoor doet mij ineenkrimpen en wat ik voor ogen krijg maakt mij radeloos. Mijn hart bonst wild en de rillingen lopen mij over de rug; de avondschemer waarnaar ik zo verlangde is voor mij tot een verschrikking geworden. De tafel wordt gedekt, het tapijt uitgespreid, men eet en men drinkt. Overeind, aanvoerders! Wrijf de schilden in met olie! Want dit heeft de Heer mij opgedragen: Ga en stel een uitkijk op die moet melden wat hij te zien krijgt. Wanneer hij een stoet ruiters ziet, paren te paard, ruiters op ezels en op kamelen, dan moet hij uiterst gespannen de oren spitsen. Toen brulde hij als een leeuw: Heer, dag in dag uit sta ik hier onafgebroken op de uitkijktoren, en elke nacht houd ik trouw mijn wachtpost. En kijk, daar komt het al aan: een stoet ruiters, mannen, paren te paard! Toen nam hij het woord en riep uit: Gevallen, gevallen is Babel, en alle godenbeelden liggen aan gruzelementen op de grond. Mijn stukgedorste volk, graan van mijn dorsvloer! Wat de HEER van de hemelse legermachten, de God van Israël, mij heeft laten horen, dat heb ik aan jullie bekendgemaakt.

De godsspraak over Duma. Vanuit Seïr klinkt de roep naar mij: Wachter, hoe ver is de nacht gevorderd? Wachter, hoe ver is de nacht gevorderd? De wachter antwoordt: Er breekt een morgen aan, maar ook weer een nacht. Als je iets wilt vragen, vraag het gerust; kom later nog maar eens terug.

De godsspraak over Arabië. In het kreupelhout van Arabië zullen jullie overnachten, karavanen van Dedan. Ga de dorstige met water tegemoet, bewoners van het land Tema, en bied de vluchteling wat brood. Zij zijn immers op de vlucht geslagen voor het geweld van de wapens: voor het getrokken zwaard, de gespannen boog en de gruwel van het gevecht. Want dit heeft de Heer tegen mij gezegd: Binnen één jaar, afgemeten zoals een dagloner zijn jaren telt, is heel de glorie van Kedar verdwenen. Van de boogschutters, de weerbare mannen onder Kedars nakomelingen, blijft maar een handjevol over. Zo heeft de HEER, de God van Israël, het gesproken.

← Jesaja 20Jesaja 22 →