Woordanker leesuitgave ‹ ›

Hoofdstuk

Jesaja 20

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

In het jaar dat de opperbevelhebber, door de Assyrische koning Sargon uitgezonden, bij Asdod arriveerde en de stad belegerde en veroverde, in diezelfde tijd richtte de HEER zich tot Jesaja, de zoon van Amoz, met de woorden: “Vooruit, maak het rouwkleed rond je heupen los en doe je sandalen uit.” Hij deed wat hem gezegd was en liep voortaan naakt en op blote voeten rond.

Toen sprak de HEER: “Zoals Jesaja, die mij dient, drie jaar lang zonder kleren en zonder schoeisel heeft rondgelopen als teken en voorbode tegen Egypte en Kus, zo zal de koning van Assyrië de gevangenen uit Egypte en de ballingen uit Kus wegvoeren, jong en oud, naakt en op blote voeten en met ontbloot achterwerk, tot schande van Egypte. Dan zullen zij vol ontzetting en schaamte staan vanwege Kus, waarop zij hun hoop hadden gebouwd, en vanwege Egypte, waar zij zo trots op waren. En wie langs deze kuststrook wonen, zullen op die dag verzuchten: ‘Moet je toch zien hoe het is afgelopen met hen op wie wij vertrouwden en bij wie wij aanklopten om hulp, in de hoop de koning van Assyrië te ontlopen. Hoe moeten wij er dan zelf nog levend uitkomen?’”

← Jesaja 19Jesaja 21 →