Woordanker leesuitgave ‹ ›

Hoofdstuk

Hosea 3

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

De HEER droeg mij op: “Ga nogmaals en bemin een vrouw die door een ander wordt liefgehad en overspel bedrijft, zoals de HEER de Israëlieten liefheeft hoewel zij zich tot andere goden keren en dol zijn op rozijnenkoeken.” Voor vijftien zilverstukken plus een homer en een lethek gerst kocht ik haar voor mijzelf vrij. Ik zei haar: “Lange tijd zul je bij mij verblijven zonder ontucht te plegen of een andere man toe te behoren; en ook ik zal mij zo jegens jou gedragen.”

Want een lange tijd zullen de Israëlieten verkeren zonder koning of vorst, zonder offer of gewijde steen, zonder efod of terafim. Nadien zullen de Israëlieten zich bekeren en de HEER, hun God, zoeken, en David, hun koning; huiverend zullen zij naderen tot de HEER en tot zijn goedheid, in de dagen die komen.

← Hosea 2Hosea 4 →