Hoofdstuk
Filippenzen 3
En verder, mijn broeders en zusters: verheug je in de Heer. Het valt mij niet zwaar om jullie steeds hetzelfde te schrijven, en voor jullie is het een houvast. Kijk uit voor die honden, kijk uit voor die kwaadwillende werkers, kijk uit voor de versnijders van het vlees. Want wij zijn de echte besnijdenis: wij die God dienen door zijn Geest, die roemen op de Gezalfde Jezus en niet bouwen op uiterlijk vertoon,
ook al zou ik best op zulke uiterlijkheden kunnen vertrouwen. Als iemand meent daar houvast in te vinden, ik nog meer: op de achtste dag besneden, van Israëlitische afkomst, uit de stam Benjamin, een geboren Hebreeër en zoon van Hebreeën; wat de wet betreft een Farizeeër, in mijn fanatisme een vervolger van de gemeente, en gemeten naar de gerechtigheid van de wet: onberispelijk. Maar alles wat mij ooit winst leek, ben ik omwille van de Gezalfde als verlies gaan beschouwen. Meer nog: ik reken werkelijk alles als verlies, want niets weegt op tegen de overtreffende waarde van het kennen van de Gezalfde Jezus, mijn Heer. Om hem heb ik alles opgegeven, en ik zie het als afval, om de Gezalfde te winnen en met hem verenigd te worden. Dan heb ik niet mijn eigen gerechtigheid, die uit de wet voortkomt, maar de gerechtigheid door het geloof in de Gezalfde, die van God komt op grond van dat geloof. Ik wil hém kennen: de kracht van zijn opstanding ervaren en delen in zijn lijden, zo gelijkvormig aan hem worden in zijn dood, om zo, als het mogelijk is, de opstanding uit de doden te bereiken.
Niet dat ik het al binnen heb of al volmaakt ben, maar ik jaag ernaar om het te grijpen, net zoals ikzelf door de Gezalfde Jezus gegrepen ben. Broeders en zusters, ik beeld me niet in dat ik het al te pakken heb. Eén ding echter doe ik: wat achter me ligt vergeet ik en ik strek me uit naar wat vóór me ligt, en zo ren ik op het doel af, naar de prijs waartoe God mij van bovenaf roept, in de Gezalfde Jezus. Ieder van ons die volwassen is in het geloof, moet er zo over denken; en mocht je er op een punt anders over denken, dan zal God je ook dat helder maken. In elk geval: laten we koers houden naar wat we al bereikt hebben.
Volg met elkaar mijn voorbeeld, broeders en zusters, en let goed op wie leven naar het model dat wij jullie voorhouden. Want er lopen velen rond over wie ik jullie al vaak heb verteld, en nu opnieuw met tranen zeg dat zij vijanden zijn van het kruis van de Gezalfde. Zulke mensen eindigen in het verderf; hun buik is hun god, hun eer schuilt in hun schande, en hun gedachten gaan enkel over het aardse. Maar wij zijn burgers van de hemel, en juist daarvandaan verwachten wij onze redder, de Heer Jezus de Gezalfde. Hij zal ons nederige lichaam van gedaante veranderen en gelijk maken aan zijn eigen lichaam vol glorie, met de kracht waarmee hij zelfs het heelal aan zich kan onderwerpen.