Woordanker leesuitgave ‹ ›

Hoofdstuk

Spreuken 20

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

Wijn maakt tot spotter en drank maakt lawaaierig;
wie zich erdoor laat meeslepen wordt niet wijs.

De dreiging van een koning is als het grommen van een jonge leeuw;
wie zijn woede opwekt speelt met zijn leven.

Het strekt een mens tot eer zich buiten ruzie te houden, maar elke dwaas stort zich er middenin.

Als het herfst is ploegt de luiaard niet;
zoekt hij bij de oogst zijn deel, dan is er niets te vinden.

Wat er in een mensenhart aan plannen leeft is als diep water, maar wie inzicht heeft weet het naar boven te halen.

Menigeen roept luidkeels zijn eigen trouw uit, maar een echt betrouwbaar mens, wie treft die aan?

De rechtvaardige leidt een onberispelijk leven;
gelukkig de kinderen die hij nalaat.

Wanneer een koning op zijn rechterstoel plaatsneemt, drijft hij met zijn blik alle kwaad uiteen.

Wie durft te zeggen: “Mijn hart heb ik rein gehouden, ik ben vrij van zonde”?

Twee soorten gewichten en twee soorten maten: van allebei heeft de HEER een afkeer.

Zelfs een kind laat zich aan zijn daden herkennen, of zijn gedrag zuiver en oprecht is.

Een oor dat kan horen en een oog dat kan zien: allebei heeft de HEER ze gemaakt.

Wees niet verzot op slaap, anders raak je verarmd;
houd je ogen open, dan heb je volop brood.

“Waardeloos, waardeloos,” zegt de koper, maar zodra hij weg is pocht hij over zijn koopje.

Er is goud en er zijn koralen in overvloed, maar lippen die kennis spreken zijn het kostbaarste sieraad.

Neem de mantel af van wie borg stond voor een vreemde, en eis een onderpand van hem vanwege een onbekende.

Voedsel dat door bedrog is verkregen smaakt aanvankelijk zoet, maar naderhand heeft een mens zijn mond vol grind.

Door beraad krijgen plannen vastheid;
begin dus alleen aan een oorlog met verstandig overleg.

Wie al roddelend rondtrekt verklapt geheimen;
laat je daarom niet in met een loslippig iemand.

Wie zijn vader en moeder vervloekt, diens lamp zal in het holst van de nacht uitdoven.

Een erfenis die in het begin overhaast is binnengehaald, brengt op het laatst geen zegen.

Zeg niet: “Dit onrecht zal ik vergelden”;
wacht op de HEER, dan brengt hij je uitkomst.

Twee soorten gewichten zijn de HEER een gruwel, en een bedrieglijke weegschaal deugt niet.

De schreden van een mens worden door de HEER geleid;
hoe zou een mens dan zijn eigen weg kunnen begrijpen?

Het is een valkuil om ondoordacht “heilig!” te roepen en pas ná de gelofte te overwegen.

Een wijze koning schift de goddelozen uit en laat het dorsrad over hen heen gaan.

De geest van een mens is een lamp van de HEER, die alle uithoeken van zijn binnenste doorzoekt.

Liefde en trouw houden de koning veilig, en door trouw blijft zijn troon overeind.

De trots van jonge mannen ligt in hun kracht, en de pracht van ouderen in hun grijze haar.

Bloedende striemen schuren het kwaad weg, en slagen reiken tot diep in het binnenste.

← Spreuken 19Spreuken 21 →