Woordanker leesuitgave ‹ ›

Psalm

Psalm 94

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

HEER, God die vergeldt, God die vergeldt, verschijn in uw luister!

Sta op, rechter van de hele aarde, en betaal de hoogmoedigen naar hun daden.

Hoe lang nog, HEER, mogen de goddelozen, hoe lang nog mogen zij triomfantelijk juichen?

Zij laten hun grootspraak stromen en spreken vol overmoed;
alle kwaaddoeners scheppen op.

Uw volk, HEER, vertreden zij, en uw eigen erfdeel onderdrukken zij.

Weduwe en vreemdeling brengen zij ter dood, en de wezen slaan zij neer.

En zij beweren: “De HEER krijgt het niet in de gaten, de God van Jakob slaat er geen acht op.”

Word toch verstandig, botteriken onder het volk;
dwazen, wanneer komt bij jullie het inzicht?

Zou hij die het oor heeft ingeplant niet horen, of hij die het oog heeft gevormd niet zien?

Zou hij die de volken terechtwijst geen straf toemeten, hij die de mens kennis bijbrengt?

De HEER doorziet de gedachten van de mens: enkel een ademtocht zijn ze.

Gelukkig de mens die u bijstuurt, HEER, en die u onderricht geeft uit uw onderwijzing,

zodat u hem verlichting schenkt in kwade dagen, totdat er voor de goddeloze een kuil is uitgegraven.

Want de HEER zal zijn volk niet in de steek laten en zijn erfdeel niet prijsgeven.

Het rechtsbestel zal weer op gerechtigheid uitkomen, en alle oprechten van hart zullen het navolgen.

Wie komt er voor mij in het geweer tegen de kwaadwilligen? Wie neemt het voor mij op tegen de boosdoeners?

Als de HEER mij niet had bijgestaan, dan had ik al bijna in het rijk van de stilte gewoond.

Zodra ik dacht dat mijn voet het begaf, hield uw trouw mij overeind, HEER.

Toen de zorgen zich in mij opstapelden, brachten uw troostwoorden mijn ziel weer tot rust.

Kan een zetel van verderf zich met u verbonden weten, een die onder dekmantel van de wet onheil beraamt?

Zij smeden een complot tegen het leven van de rechtvaardige en spreken over onschuldig bloed een doodvonnis uit.

Maar de HEER is voor mij een bolwerk geworden, en mijn God de rots waar ik schuil.

Hij zal hun eigen onrecht op hen terug laten slaan en hen om hun kwaad vernietigen;
ja, de HEER, onze God, zal hen wegvagen.

← Psalm 93Psalm 95 →