Woordanker leesuitgave ‹ ›

Psalm

Psalm 90

Een gebed van Mozes, de man van God.

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

Heer, van geslacht op geslacht bent u voor ons een onderkomen geweest.

Nog voordat de bergen ontstonden en u de aarde en de wereld had gevormd, was u van eeuwigheid tot eeuwigheid God.

U doet de mens tot stof vergaan met de woorden: “Keer terug, kinderen van Adam.”

Duizend jaren tellen in uw ogen immers niet zwaarder dan de dag van gisteren die al verstreek, of dan één nachtwake.

U vaagt hen weg als in een sluimer;
bij het ochtendkrieken zijn zij als opschietend gras:

in de vroegte bloeit en groeit het, maar tegen de avond verlept het en verdroogt.

Want door uw toorn komen wij om, en door uw woede worden wij door schrik overmand.

Onze wandaden hebt u voor u neergelegd, onze heimelijke zonden in het schijnsel van uw gelaat.

Al onze dagen verstrijken onder uw toorn, en onze jaren lopen af als een verzuchting.

Ons leven telt ongeveer zeventig jaren, of tachtig als de kracht toereikend is, en het meeste ervan is zwoegen en zorg;
het snelt voorbij en wij vliegen weg.

Wie beseft de kracht van uw toorn? Zo geducht als het ontzag dat u toekomt, zo groot is uw woede.

Leer ons onze dagen op zulke wijze tellen dat wij een wijs hart verwerven.

Kom terug, HEER! Hoe lang moet het nog duren? Wees uw dienaren genadig.

Verzadig ons al vroeg met uw trouw, dan zullen wij ons leven lang jubelen en verheugd zijn.

Schenk ons vreugde voor evenveel dagen als u ons hebt neergedrukt, voor evenveel jaren als wij ellende doorstonden.

Laat uw daden voor uw dienaren zichtbaar worden en uw glans voor hun kinderen.

Moge de goedgunstigheid van de Heer, onze God, op ons rusten. Geef bestendigheid aan het werk van onze handen, ja, maak het werk van onze handen bestendig.

← Psalm 89Psalm 91 →