Woordanker leesuitgave ‹ ›

Psalm

Psalm 79

Een psalm van Asaf.

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

God, heidense volken zijn in uw erfland binnengevallen, hebben uw heilige tempel bezoedeld en van Jeruzalem een puinhoop gemaakt.

De dode lichamen van uw dienaren wierpen zij als voer voor de vogels in de lucht, en het vlees van uw toegewijden voor het wild op het land.

Hun bloed lieten zij vloeien als water, overal rond Jeruzalem, en niemand die hen ter aarde bestelde.

Wij zijn tot smaad geworden voor onze buren, tot bespotting en hoon voor allen om ons heen.

Tot wanneer, HEER? Blijft u eindeloos vertoornd? Zal uw hartstocht als vuur blijven laaien?

Giet uw woede uit over de volken die u niet erkennen, over de rijken die uw naam nooit aanroepen.

Want zij hebben Jakob opgeslokt en zijn woongebied tot een woestenij gemaakt.

Houd ons de wandaden van vroeger niet voor;
laat uw erbarmen ons snel tegemoet komen, want wij zijn tot het uiterste vernederd.

Kom ons te hulp, God die ons redt, tot eer van uw luisterrijke naam;
ontruk ons aan het kwaad en wis onze zonden uit, want het gaat om uw naam.

Waarom zouden de volken mogen vragen: “Waar blijft hun God?” Laat voor onze ogen onder de heidenen bekend worden hoe u het vergoten bloed van uw dienaren wreekt.

Laat het gejammer van de gevangene tot u doordringen;
behoed met de kracht van uw arm hen die de dood al is toegewezen.

Betaal onze buren zevenvoudig terug, in hun eigen schoot, de hoon waarmee zij u hebben beschimpt, Heer.

Maar wij, uw volk, de kudde die u weidt, zullen u eeuwig danken en van geslacht tot geslacht uw lof blijven verkondigen.

← Psalm 78Psalm 80 →