Woordanker leesuitgave ‹ ›

Psalm

Psalm 68

Voor de koorleider. Van David. Een psalm, een lied.

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

Zodra God opstaat, stuiven zijn vijanden uiteen, en wie hem haten slaan voor hem op de vlucht.

Zoals rook uiteendrijft, zo blaast u hen weg;
zoals was wegsmelt bij het vuur, zo komen de goddelozen om in Gods aanwezigheid.

Maar de rechtvaardigen zijn verheugd, zij juichen in Gods aanwezigheid en barsten los in uitgelaten vreugde.

Zing voor God, bezing zijn naam, effen een baan voor hem die over de vlakten voortrijdt;
de HEER is zijn naam, jubel het uit voor hem.

Een vader voor wezen, een pleitbezorger voor weduwen is God in zijn heilige verblijf.

God verschaft de eenzamen een thuis en voert gevangenen uit naar voorspoed;
enkel de weerspannigen blijven achter in schroeiend land.

God, toen u aan de spits van uw volk uittrok, toen u door de wildernis voortschreed, Sela

sidderde de aarde en druppelde ook de hemel in Gods aanwezigheid, die van de Sinaï, in de aanwezigheid van God, de God van Israël.

Een gulle regen liet u vallen, o God;
uw afgemat erfland gaf u weer veerkracht.

Uw kudde streek er neer;
in uw mildheid, o God, hebt u voor de behoeftige gezorgd.

De Heer geeft een bevel;
de vrouwen die de goede tijding rondbrengen vormen een grote schare:

koningen met hun legermachten slaan op de vlucht, ja, zij vluchten! En wie thuis achterbleef, deelt de buit uit.

Al lagen jullie neer tussen de veekooien: de vleugels van een duif overdekt met zilver, haar wieken met flonkerend goud.

Toen de Almachtige de koningen daar uiteenjoeg, dwarrelde er sneeuw op de Salmon.

Een machtige berg is de Basanberg, een berg met talrijke toppen is de Basanberg.

Waarom loeren jullie jaloers, veeltoppige bergen, naar de berg die God als woonplaats verkoos? Ja, de HEER zal er voorgoed zetelen.

Gods strijdwagens zijn niet te tellen, tweemaal tienduizend, duizenden en nog eens duizenden;
de Heer bevindt zich in hun midden, de Sinaï in het heiligdom.

U bent naar den hoge opgeklommen en hebt gevangenen meegevoerd, u ontving giften onder de mensen, zelfs van weerspannigen, zodat de HEER God daar zijn woning zou vinden.

Gezegend is de Heer, die ons dag na dag draagt;
God is onze redding. Sela

Onze God is een God die redt;
bij de HEER, de Heer, ligt de uitweg uit de dood.

Ja, God vergruist de schedel van zijn vijanden, de behaarde kruin van wie in zijn schuld blijft doorgaan.

De Heer heeft verklaard: “Uit Basan breng ik hen terug, ik breng hen terug uit de diepten van de zee,

zodat je je voet baadt in bloed en de tong van je honden zijn deel opeist van de vijanden.”

Men slaat uw optocht gade, o God, de optocht van mijn God, mijn koning, het heiligdom in.

Vooraan de zangers, daarachter de bespelers van de snaren, omringd door meisjes die de tamboerijn roeren.

Loof God in de bijeenkomsten, loof de HEER, jullie die uit Israëls bron ontsproten!

Daar gaat Benjamin, de kleinste, aan hun kop, de leiders van Juda in dichte drommen, de leiders van Zebulon en de leiders van Naftali.

Uw God heeft uw sterkte verordend. Betoon uw macht, o God, u die dit ten bate van ons hebt volbracht.

Ter wille van uw tempel hoog boven Jeruzalem dragen koningen u geschenken aan.

Beteugel het ondier in het riet, de kudde stieren te midden van de kalveren der volken;
vertrap wie zich vernedert voor brokken zilver. Verstrooi de volken die op oorlog azen.

Uit Egypte komen afgezanten aangesneld;
Kus reikt gehaast zijn handen naar God uit.

Koninkrijken over heel de aarde, zing voor God, bezing de Heer, Sela

voor hem die voortrijdt door de hemel, de oeroude hemel der hemelen;
luister, hij laat zijn stem schallen, een geweldige stem.

Ken aan God de macht toe! Zijn verhevenheid welft zich over Israël, en zijn kracht reikt tot in de wolken.

Geducht toont u zich, God, vanuit uw heiligdom;
het is de God van Israël die aan zijn volk macht en sterkte verleent. Gezegend is God!

← Psalm 67Psalm 69 →