Woordanker leesuitgave ‹ ›

Psalm

Psalm 66

Voor de koorleider. Een lied. Een psalm.

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

Jubel voor God, heel de aarde!

Bezing de glans van zijn naam, geef zijn lof een luisterrijk kleed.

Zeg tot God: “Hoe indrukwekkend zijn uw daden! Voor uw geweldige macht kruipen uw vijanden onderdanig voor u.

Heel de aarde werpt zich voor u neer en zingt voor u, zij bezingt uw naam.” Sela

Kom toch kijken naar de werken van God, ontzagwekkend in wat hij onder de mensen verricht.

De zee maakte hij tot droge grond, te voet staken zij de rivier over;
laten wij ons daarom in hem verblijden.

Voorgoed regeert hij in zijn macht, zijn ogen houden de volken in de gaten;
laten de opstandigen zich niet verheffen. Sela

Zegen onze God, o volken, laat de klank van zijn lof ver reiken,

hij die ons in leven houdt en niet toeliet dat onze voet wegzakte.

Want u hebt ons op de proef gesteld, o God, u hebt ons uitgezuiverd zoals men zilver zuivert.

U liet ons in een vangnet lopen en legde een verpletterende last op onze rug.

U liet mensen over ons heen rijden;
wij trokken door vuur en water heen, maar u voerde ons uit naar een plaats van overvloed.

Met brandoffers betreed ik uw huis, ik voldoe aan u mijn geloften,

de geloften die van mijn lippen kwamen, die mijn mond uitsprak toen ik in het nauw zat.

Vetgemeste dieren draag ik u als brandoffer op, met de walm van rammen;
ik bereid u runderen en bokken. Sela

Kom luisteren, u allen die ontzag hebt voor God, en ik zal vertellen wat hij voor mij heeft gedaan.

Naar hem riep mijn mond, en al een lofzang lag klaar onder mijn tong.

Zou ik onrecht in mijn hart hebben gekoesterd, dan had de Heer mij niet aangehoord.

Maar God heeft wel degelijk geluisterd, hij heeft acht geslagen op mijn smeekgebed.

Gezegend is God, die mijn gebed niet heeft afgeslagen en mij zijn trouw niet heeft onthouden.

← Psalm 65Psalm 67 →