Woordanker leesuitgave ‹ ›

Psalm

Psalm 26

Van David.

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

Verschaf mij recht, HEER, want mijn levenswandel is onberispelijk geweest;
op de HEER heb ik gesteund, en ik zal niet aan het wankelen slaan.

Stel mij op de proef, HEER, en onderzoek mij;
keur mijn nieren en mijn hart.

Want uw trouw houd ik steeds voor ogen, en ik beweeg mij voort in uw waarheid.

Ik neem geen plaats bij mensen die bedrog plegen, en met wie zich achter een masker verschuilt laat ik mij niet in.

Een afkeer heb ik van de kring der kwaaddoeners, en bij de goddelozen ga ik niet zitten.

In onschuld was ik mijn handen en schrijd rond uw altaar, HEER,

om met luide stem een danklied te doen weerklinken en al uw wonderdaden te verhalen.

HEER, lief is mij de woning waar u huist, de plek waar uw glorie verblijf houdt.

Sleur mijn ziel niet mee met die van zondaars, noch mijn leven met dat van mannen vol bloeddorst,

in wier handen een schandelijk plan berust en wier rechterhand met omkoopgeld is gevuld.

Maar ík ga mijn weg in oprechtheid;
koop mij vrij en toon mij uw genade.

Mijn voet heeft vaste grond onder zich;
te midden van de samenkomsten zal ik de HEER lofprijzen.

← Psalm 25Psalm 27 →