Woordanker leesuitgave ‹ ›

Psalm

Psalm 137

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

Langs de stromen van Babel, daar zaten wij neer en huilden zodra wij aan Sion terugdachten.

De lieren die wij bij ons hadden, hingen wij aan de wilgen daar op.

Want daar verlangden onze gevangenbewaarders dat wij liedteksten zongen, onze onderdrukkers eisten vrolijkheid: “Zing eens voor ons een van de liederen over Sion!”

Maar hoe zouden wij een lied van de HEER kunnen zingen op vreemde bodem?

Mocht ik jou ooit vergeten, Jeruzalem, laat dan mijn rechterhand haar vaardigheid verliezen.

Laat mijn tong aan mijn gehemelte vastkleven als ik niet meer aan jou denk, als ik Jeruzalem niet stel boven het hoogste van al mijn vreugde.

Reken de Edomieten aan, HEER, wat zij op de dag van Jeruzalem deden, toen zij schreeuwden: “Sloop haar, sloop haar tot op de fundamenten!”

Dochter van Babel, jou wacht de ondergang;
gelukkig wie jou terugbetaalt wat jij ons hebt aangedaan.

Gelukkig wie jouw jonge kinderen grijpt en tegen de rotsen te pletter slaat.

← Psalm 136Psalm 138 →