Woordanker leesuitgave ‹ ›

Psalm

Psalm 122

een pelgrimslied, van David

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

Blijdschap vervulde mij toen men tegen mij zei: “Laten we opgaan naar het huis van de HEER.”

En nu staan onze voeten binnen uw poorten, Jeruzalem.

Jeruzalem, opgetrokken als een stad die tot een gesloten geheel is samengevoegd,

daarheen gaan de stammen omhoog, de stammen die de HEER toebehoren, zoals aan Israël is voorgeschreven, om de naam van de HEER te bezingen.

Want daar zijn de rechterstoelen geplaatst, de tronen van het koningshuis van David.

Bid dat Jeruzalem vrede mag kennen: “Mogen wie u liefhebben onbezorgd leven.

Laat vrede heersen binnen uw muren en rust in uw vestingen.”

Omwille van mijn verwanten en vrienden spreek ik uit: “Vrede zij met u.”

Omwille van het huis van de HEER, onze God, span ik mij in voor uw welzijn.

← Psalm 121Psalm 123 →