Woordanker leesuitgave ‹ ›

Psalm

Psalm 108

een lied, een psalm van David

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

Vast ligt mijn hart verankerd, o God;
zingen wil ik en spelen, ja, met heel mijn ziel.

Word wakker, harp en lier! Ik wil het morgenrood wekken.

Onder alle volken zal ik u prijzen, HEER, en te midden van de naties voor u de snaren tokkelen.

Want tot boven de hemel reikt uw trouw, en tot aan de wolken uw waarachtigheid.

Verhef u hoog boven de hemel, o God, en laat uw glorie zich spreiden over de hele aarde.

Zodat wie u dierbaar zijn, bevrijd worden: red met uw rechterhand en verhoor mij!

In zijn heiligdom heeft God gesproken: “Juichend zal ik Sichem verdelen en het dal van Sukkot afmeten.

Aan mij behoort Gilead toe, aan mij Manasse;
Efraïm is de helm om mijn hoofd, Juda de scepter in mijn hand.

Moab dient mij tot een wasbekken, naar Edom slinger ik mijn sandaal, en over Filistea hef ik mijn zegekreet aan.”

Wie brengt mij naar de ommuurde stad? Wie leidt mij tot in Edom?

Bent u het niet, o God, al hebt u ons verstoten en trekt u niet langer met onze troepen ten strijde?

Geef ons hulp tegen de tegenstander, want redding door mensen is waardeloos.

Met God zullen wij heldhaftig strijden;
hij is het die onze belagers vertrapt.

← Psalm 107Psalm 109 →