Woordanker leesuitgave ‹ ›

Hoofdstuk

Prediker 10

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

Zoals gestorven vliegen de olie van de zalfbereider doen bederven en gisten, zo weegt een greintje dwaasheid zwaarder dan een schat aan wijsheid en aanzien.

Het hart van de wijze neigt naar de goede kant, dat van de dwaas naar de verkeerde.

Zelfs terwijl hij loopt, laat het verstand de dwaas in de steek, en aan wie hij tegenkomt maakt hij duidelijk hoe dwaas hij is.

Loopt de woede van je heerser tegen je hoog op, blijf dan toch op je post, want bedaardheid weet zware misstappen te doen bezinken.

Onder de zon stuitte ik op een kwaad, een misgreep zoals die van machthebbers pleegt uit te gaan:

de dwaasheid wordt op de hoogste posten neergezet, terwijl de vooraanstaanden onderaan hun plaats krijgen.

Ik heb slaven te paard zien rijden terwijl edelen als slaven te voet gingen.

Wie een kuil uitgraaft, tuimelt er zelf in;
wie een muur openbreekt, wordt door een slang gebeten.

Wie stenen uit de rotsen wrikt, bezeert zich daaraan;
wie hout hakt, brengt zichzelf in gevaar.

Is de bijl bot en wordt de snede niet geslepen, dan moet men er des te harder tegenaan;
maar het is de wijsheid die succes verzekert.

Bijt de slang al voordat de bezwering is uitgesproken, dan heeft de slangenbezweerder er niets meer aan.

De woorden uit de mond van een wijze vallen in de smaak, maar de dwaas wordt door zijn eigen lippen verslonden.

Wat hij begint te zeggen is al dwaasheid, en waar zijn woorden op uitlopen is regelrechte, kwaadaardige waanzin.

En de dwaas blijft maar woorden stapelen. Geen mens weet wat er komen gaat, en wie kan hem vertellen wat er na hem zal gebeuren?

Het geploeter van dwazen put hen zo uit dat zij niet eens de weg naar de stad weten te vinden.

Wee jou, land, waarvan de koning nog een kind is en de vorsten al in de vroege morgen aan het feesten slaan.

Gelukkig ben jij, land, waarvan de koning van voorname afkomst is en de vorsten op het gepaste uur eten, tot versterking en niet om zich te bedrinken.

Waar men lui is, zakt de zoldering door, en waar de handen slap hangen, gaat het huis lekken.

Een maaltijd wordt aangericht om te genieten, wijn brengt vrolijkheid in het leven, en geld biedt overal een uitweg.

Spreek zelfs in je gedachten geen vloek over de koning uit, en verwens de rijke niet in je slaapkamer, want een vogel in de lucht zou je woorden kunnen overbrengen en een gevleugeld schepsel het verder rondbazuinen.

← Prediker 9Prediker 11 →