Hoofdstuk
Lucas 21
Toen hij opkeek, zag hij hoe rijke mensen hun giften in de offerkist wierpen. Ook merkte hij een arme weduwe op, die er twee muntstukjes in gooide. Daarop zei hij: “Naar waarheid zeg ik jullie: deze arme weduwe heeft er meer in gedaan dan alle anderen samen. Want zij allen gaven van hun overvloed een gift, maar zij offerde ondanks haar armoede alles waarvan ze moest leven.”
Toen een aantal mensen opmerkte hoe de tempel met prachtige stenen en wijgeschenken versierd was, zei hij: “Er komt een tijd dat van alles wat jullie hier zien geen enkele steen op de andere blijft staan; alles wordt afgebroken.”
Ze vroegen hem: “Meester, wanneer zal dat gebeuren, en aan welk teken kunnen we zien dat het zover is?” Hij antwoordde: “Zorg dat je niet wordt misleid. Velen zullen zich onder mijn naam aandienen met de bewering: ‘Ik ben het,’ en: ‘De tijd is gekomen.’ Ga niet achter hen aan. Hoor je van oorlogen en oproer, laat je dan niet opjagen; dat moet allemaal eerst gebeuren, maar het einde is er niet meteen.” Vervolgens zei hij tegen hen: “Het ene volk zal tegen het andere ten strijde trekken en het ene koninkrijk tegen het andere. Er zullen hevige aardbevingen zijn, en hier en daar hongersnood en epidemieën; ook zullen er schrikwekkende verschijnselen en grote tekenen aan de hemel te zien zijn.
Maar aan dat alles voorafgaand zullen ze jullie oppakken en achtervolgen. Ze dragen je over aan de synagogen en zetten je gevangen, en je wordt weggevoerd naar koningen en landvoogden, en dat alles vanwege mijn naam. Dat zal voor jullie een kans zijn om te getuigen. Prent het je in dat je je niet vooraf bezorgd hoeft te maken over je verdediging, want ik zal jullie zulke woorden en wijsheid schenken dat geen van je tegenstanders daar iets tegen in kan brengen of tegenop kan. Zelfs door je ouders, broers, familieleden en vrienden zul je worden overgeleverd, en sommigen van jullie zullen ze doden. Iedereen zal jullie haten om mijn naam. Toch zal geen haar op je hoofd verloren gaan. Als jullie standhouden, zullen jullie je leven behouden.
Zodra jullie zien dat Jeruzalem door legers wordt ingesloten, moet je weten dat zijn verwoesting aanstaande is. Laten dan de mensen in Judea de bergen in vluchten; wie binnen de stad is, moet vertrekken, en wie op het platteland is, moet er niet naar binnen gaan. Want dit zijn de dagen van de afrekening, waarin alles in vervulling gaat wat er geschreven staat. Wee de vrouwen die in die tijd zwanger zijn of borstvoeding geven! Want over het land zal grote nood neerdalen, en over dit volk de toorn. Ze zullen vallen door het scherp van het zwaard en als gevangenen worden meegevoerd naar alle volken, en Jeruzalem zal door vreemde volken vertrapt worden, totdat hun tijd is verstreken.
Er zullen tekenen te zien zijn aan zon, maan en sterren, en op aarde zullen de volken van radeloosheid niet meer weten waarheen, verbijsterd door het bulderen en kolken van de zee. Mensen zullen bezwijken van angst, beducht voor wat de bewoonde wereld te wachten staat, want de krachten van de hemel zullen aan het wankelen worden gebracht. Dan zullen zij de Mensenzoon op een wolk zien verschijnen, bekleed met grote macht en glorie. Zodra dat begint te gebeuren, kom dan overeind en hef je hoofd omhoog, want jullie verlossing nadert.”
Hij vertelde hun een gelijkenis: “Kijk eens naar de vijgenboom en naar alle andere bomen. Zodra ze uitlopen, weet je uit jezelf al dat de zomer voor de deur staat. Zo ook jullie: wanneer jullie dit zien gebeuren, weet dan dat het koninkrijk van God nabij is. Ik verzeker jullie: deze generatie zal niet voorbijgaan voordat alles gebeurt. Hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen nooit voorbijgaan.
Wees op je hoede dat je hart niet wordt afgestompt door bras- en drankgelag en door de zorgen van alledag, zodat die dag jullie niet plotseling overvalt als een strik. Want over iedereen die op de aarde woont zal die dag neerkomen. Blijf dus altijd waakzaam en bid dat je de kracht mag krijgen om aan dit alles wat komen gaat te ontkomen en om overeind te blijven staan voor de Mensenzoon.” Overdag was hij in de tempel aan het onderwijzen; de nachten bracht hij buiten de stad door op de zogeheten Olijfberg. En ’s morgens vroeg stroomde het hele volk in de tempel al bij hem samen om hem te horen.