Hoofdstuk
Kolossenzen 4
Meesters, geef je slaven wat rechtvaardig en billijk is; bedenk dat ook jullie een Meester in de hemel hebben.
Houd vol in het gebed; blijf er waakzaam en dankbaar in. Sluit ons daarbij in jullie gebed in: dat God een deur voor de verkondiging opent, zodat we het geheim van de Gezalfde kunnen uitspreken, het geheim waarvoor ik nu gevangenzit, en dat ik het naar behoren aan het licht kan brengen, zoals het van mij gevraagd wordt. Ga verstandig om met wie buitenstaan, en buit elke gelegenheid uit. Laat wat jullie zeggen altijd innemend zijn, met zout gekruid, zodat je weet hoe je ieder afzonderlijk moet antwoorden.
Hoe het met mij gaat, zal Tychikus jullie allemaal vertellen; hij is een geliefde broeder, een trouwe dienaar en medeslaaf in de Heer. Ik stuur hem juist hierom naar jullie toe: om jullie te laten weten hoe het met ons staat, en om jullie hart te bemoedigen. Hij komt samen met Onesimus, onze trouwe en geliefde broeder, die een van jullie is. Zij tweeën zullen jullie op de hoogte brengen van alles wat hier gebeurt.
Aristarchus, mijn medegevangene, laat jullie groeten, en ook Marcus, de neef van Barnabas. Over hem hebben jullie al aanwijzingen gekregen: ontvang hem hartelijk als hij bij jullie komt. Ook Jezus, bijgenaamd Justus, groet jullie. Van de gelovigen uit de besnijdenis zijn dit mijn enige medewerkers voor het koninkrijk van God, en zij zijn mij tot steun geweest. Epafras, een van jullie, laat jullie groeten. Als slaaf van de Gezalfde strijdt hij in zijn gebeden onophoudelijk voor jullie, zodat jullie als volgroeide gelovigen staande blijven, ten volle toegewijd aan alles wat God wil. Ik kan van hem getuigen dat hij zich uit alle macht inspant voor jullie en voor de gelovigen in Laodicea en Hiërapolis. Ook Lucas, onze geliefde arts, groet jullie, en Demas.
Doe de broeders en zusters in Laodicea de groeten, en ook Nymfa en de gemeente die bij haar aan huis samenkomt. Zodra deze brief bij jullie is voorgelezen, laat hem dan ook in de gemeente van Laodicea voorlezen, en lees zelf de brief die uit Laodicea komt. En zeg tegen Archippus: let goed op de bediening die de Heer je heeft toevertrouwd, en volbreng die. Deze groet schrijf ik, Paulus, met mijn eigen hand. Denk aan mijn boeien. De genade zij met jullie.