Hoofdstuk
Jesaja 60
Kom overeind en straal, want je licht is aangebroken en de glorie van de HEER gaat over je op als een zon. Kijk, terwijl de duisternis de aarde bedekt en een dichte donkerte de volken omhult, breekt boven jou het licht van de HEER door en verschijnt zijn glorie over je. Naties zullen op je licht afkomen en koningen op de heldere glans van je dageraad.
Sla je ogen op en laat je blik rondgaan: allemaal stromen ze samen en trekken ze naar je toe; je zonen komen van heinde en verre aan, en je dochters worden op de heup meegedragen. Dan zul je stralen bij die aanblik, je hart zal opspringen en overlopen van vreugde, want de schatten van de zee worden naar je toe gekeerd en de rijkdommen van de volken vallen je toe. Een stortvloed van kamelen zal je overspoelen, jonge dromedarissen uit Midjan en Efa; ze arriveren allemaal uit Sjeba, volgeladen met goud en wierook, en zij bezingen de roem van de HEER. Alle schaapskudden van Kedar worden bij je verzameld en de rammen van Nebajot staan tot je beschikking; als een aanvaardbaar offer zullen ze mijn altaar bestijgen, en aan mijn schitterende tempel zal ik nog meer luister verlenen. Wie zijn dat toch, die daar komen aanzweven als een wolk en als duiven die naar hun til terugkeren? Ja, de kustlanden zien naar mij uit, met voorop de schepen van Tarsis, om je kinderen van verre aan te voeren, met hun zilver en goud erbij, ter ere van de naam van de HEER, jouw God, de Heilige van Israël, die je met luister heeft omgeven.
Buitenlanders zullen je stadsmuren optrekken en hun koningen zullen je van dienst zijn; want in mijn woede heb ik je een slag toegebracht, maar uit genegenheid heb ik mij over je ontfermd. Je poorten zullen doorlopend geopend blijven en dag en nacht niet worden gesloten, zodat men de rijkdom van de volken bij je kan binnenbrengen, met hun koningen in de stoet meegevoerd. Want elk volk en koninkrijk dat weigert je te dienen zal te gronde gaan; zulke volken worden volledig in puin gelegd. De pracht van de Libanon komt jouw kant op, cipres, plataan en den tegelijk, om mijn heilige plaats op te luisteren; de plek waar mijn voeten rusten zal ik met aanzien bekleden. Diep gebogen komen de nakomelingen van je onderdrukkers naar je toe, en allen die op je neerkeken werpen zich neer bij je voeten; ze zullen je aanspreken als de Stad van de HEER, als het Sion van de Heilige van Israël.
Waar je vroeger in de steek gelaten en veracht was, waar niemand nog doorheen trok, maak ik je nu tot een bron van eeuwige trots en tot een vreugde die van geslacht op geslacht duurt. Je zult de melk van hele volken drinken en aan koninklijke borsten worden gevoed; dan zul je beseffen dat ik, de HEER, jouw redder ben, jouw bevrijder, de Machtige van Jakob.
In ruil voor koper lever ik je goud, in ruil voor ijzer zilver, in ruil voor hout koper en in ruil voor stenen ijzer; de vrede stel ik aan als je bestuurders en de gerechtigheid als je opzichters. Nooit meer zal er van geweld in je land gehoord worden, van verwoesting of vernieling binnen je grenzen; je stadsmuren zul je Redding noemen en je poorten Lof.
Overdag zal de zon niet langer je lichtbron zijn en ’s nachts zal de maan je niet meer met haar schijnsel verlichten; want de HEER zelf zal voor altijd je licht zijn en je God zal je stralende glorie zijn. Je zon zal nooit meer ondergaan en je maan zal niet meer afnemen, omdat een nimmer dovend licht je door de HEER geschonken wordt, en de tijd van je rouw is dan definitief afgesloten. Je volk zal uitsluitend uit rechtvaardigen bestaan; voorgoed zullen zij het land in bezit hebben, als een scheut die ik zelf heb geplant, het werk van mijn eigen handen, mij tot eer. De allerkleinste zal uitgroeien tot een menigte van duizend en de onbeduidendste tot een geduchte natie; ik, de HEER, zal dit wanneer de tijd rijp is met spoed voltrekken.