Woordanker leesuitgave ‹ ›

Hoofdstuk

Jeremia 45

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

Het woord dat de profeet Jeremia richtte tot Baruch, de zoon van Neria, toen die in het vierde regeringsjaar van koning Jojakim van Juda, de zoon van Josia, deze woorden op Jeremia’s dictaat in een boek optekende: dit verklaart de HEER, de God van Israël, over jou, Baruch: jij hebt geklaagd: “Wee mij toch, want boven op mijn verdriet heeft de HEER mij nog meer leed bezorgd; ik ben doodmoe van het zuchten en kom niet tot rust.”

Draag hem dit antwoord over: dit verklaart de HEER: kijk, wat ik heb opgebouwd haal ik weer neer, en wat ik heb geplant ruk ik weer uit; en zo vergaat het heel dit land. En jij, streef jij naar grootse dingen voor jezelf? Doe dat niet, want let op, over al wat leeft breng ik onheil, luidt de uitspraak van de HEER; maar aan jou schenk ik je leven als buit, waarheen je ook gaat.

← Jeremia 44Jeremia 46 →