Woordanker leesuitgave←

Maten, gewichten en munten

De waarden zijn schattingen en verschillen per tijd en plaats. Waar het getal van belang is, staat in een voetnoot een eigen omrekening. Alle getallen zijn afgerond.

Lengte

MaatWat het isOngeveer
elAfstand van elleboog tot vingertop, de gewone lengtemaat voor gebouwen en voorwerpen.ongeveer 45 cm
spanAfstand tussen de top van de duim en de pink van een gespreide hand.ongeveer 22 cm, een halve el
handbreedteDe breedte van een hand zonder duim.ongeveer 7,5 cm
meetlatMeetstok van de man in Ezechiël, zes el lang, waarbij elke el een handbreedte langer was (Ezechiël 40:5). In Ezechiël 42 heten deze lengtes roeden. In Openbaring 11 en 21 wordt geen lengte genoemd.ongeveer 3 meter
vademLengte van twee uitgestrekte armen, gebruikt om de diepte van water te peilen (Handelingen 27:28).ongeveer 1,8 meter
stadie (stadiën)Griekse afstandsmaat voor langere afstanden.ongeveer 185 meter
mijlRomeinse afstandsmaat (Matteüs 5:41).ongeveer 1,5 kilometer

Inhoud

MaatWat het isOngeveer
efaMaat voor droge waar zoals meel en gerst.ongeveer 22 liter
bat (vat)Maat voor vloeistoffen, even groot als de efa. In Jesaja 5:10 vat genoemd.ongeveer 22 liter
hinMaat voor vloeistoffen zoals wijn en olie.ongeveer 3,7 liter
omerDagelijkse hoeveelheid manna per persoon, een tiende efa (Exodus 16:16 en 16:36).ongeveer 2 liter
tiende (efa)Een tiende deel van een efa, de hoeveelheid meel bij veel offers.ongeveer 2 liter
seaMaat voor droge waar, een derde efa.ongeveer 7 liter
kabKleine maat voor droge waar (2 Koningen 6:25).ongeveer 1 liter
homer, chomer, korGrote maat voor droge waar, tien efa. Kor en homer zijn even groot. In Ezechiël 45 heet de homer chomer.ongeveer 220 liter
lethekEen halve homer (Hosea 3:2).ongeveer 110 liter
maatAlgemeen woord voor een afgemeten hoeveelheid. Bij Abraham (Genesis 18:6) gaat het om de sea, in Openbaring 6 om ongeveer een liter.verschilt per plaats
metreet (metreten)Grote kruik- of vatmaat (Johannes 2:6).ongeveer 40 liter

Gewicht

MaatWat het isOngeveer
geraDe kleinste gewichtseenheid, een twintigste sjekel (Exodus 30:13).ongeveer een halve gram
bekaEen halve sjekel (Exodus 38:26).ongeveer 5,5 gram
sjekelHet gewone gewicht voor zilver en goud, ook gebruikt als betaalwaarde.ongeveer 11 gram
mina (mine, minen)Gewicht van ongeveer vijftig sjekel; in Ezechiël 45:12 gaat het om zestig sjekel. In Lucas 19 is de mina een geldbedrag en staat er pond.ongeveer een halve kilo
pondRomeins gewicht (Johannes 12:3 en 19:39). In Lucas 19 is een pond een mina.ongeveer een derde kilo
talentHet grootste gewicht, drieduizend sjekel (vergelijk Exodus 38:25-26).ongeveer 34 kilo

Geld

MaatWat het isOngeveer
zilverstuk (zilverstukken)Stuk zilver als betaalmiddel, zoals de dertig zilverstukken in Matteüs 26:15. De waarde hing af van tijd en plaats.vaak ongeveer een sjekel
denarieRomeinse zilveren munt, het loon voor een dag werk (Matteüs 20:2).ongeveer een dagloon
drachmeGriekse zilveren munt (Lucas 15:8).ongeveer een dagloon
dariekPerzische gouden munt (Ezra 2:69).ongeveer 8 gram goud
duitKleine koperen munt (Matteüs 10:29).ongeveer een zestiende dagloon
stuiverAndere vertaling van dezelfde kleine munt als de duit (Lucas 12:6).ongeveer een zestiende dagloon
kwadrantDe kleinste Romeinse koperen munt (Matteüs 5:26). In Marcus 12:42 staat quadrans.ongeveer een vierenzestigste dagloon

← Terug naar de startpagina