Woordanker leesuitgave ‹ ›

Hoofdstuk

Hosea 6

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

Kom, laten wij terugkeren naar de HEER; hij verscheurde ons en zal ons helen, hij sloeg ons en zal onze wonden verbinden. Na twee dagen wekt hij ons weer op, op de derde richt hij ons overeind, en wij zullen leven in zijn nabijheid. Laten wij hem leren kennen, ja, streven naar de kennis van de HEER; even zeker als de dageraad breekt hij aan en komt hij tot ons als de regen, als de late regen die het land doordrenkt.

Wat moet ik met jou aanvangen, Efraïm? Wat met jou, Juda? Jullie trouw is een ochtendnevel, dauw die in alle vroegte al verdampt. Daarom heb ik hen behouwen door de profeten, gedood met de woorden uit mijn mond; en jouw recht breekt door als het daglicht. Want naar liefde gaat mijn verlangen uit, niet naar offer; naar kennis van God, meer dan naar brandoffers.

Maar net als Adam schonden zij het verbond; juist daar werden zij mij ontrouw. Gilead is een oord van boosdoeners, met bloedsporen bezoedeld. Zoals struikrovers een reiziger belagen, zo moordt de priesterbende op de weg naar Sichem; ja, schanddaden begaan zij. In het huis van Israël heb ik iets afschuwelijks waargenomen: daar bedrijft Efraïm ontucht en heeft Israël zich verontreinigd. Ook voor jou, Juda, staat een oogst vastgesteld, wanneer ik het lot van mijn volk ten goede keer.

← Hosea 5Hosea 7 →