Woordanker leesuitgave ‹ ›

Hoofdstuk

Habakuk 2

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

Ik neem post op de uitkijk en stel mij op boven op de wal; gespannen zie ik uit naar wat hij mij te zeggen heeft en naar het weerwoord dat ik op mijn aanklacht krijg. Toen gaf de HEER mij dit antwoord: Zet het visioen op schrift en beitel het leesbaar in platen uit, zodat wie eroverheen leest er in één ren mee kan wegsnellen. Want het gezicht wacht nog op zijn afgesproken uur; het jaagt naar de afloop en zal niet bedriegen. Blijft het uit, wacht het dan af, want het komt beslist en laat niet op zich wachten. Let op: wie zich opblaast, in hem is de ziel niet recht; de rechtvaardige daarentegen blijft in leven door zijn trouw. En meer nog: verraderlijk is de wijn, en wie zich verhovaardigt komt niet tot rust. Wijd als het dodenrijk opent hij zijn keel, onverzadigbaar als de dood zelf; hij schraapt alle volken naar zich toe en hoopt alle naties bij zich op.

Zullen die allen niet met een spotlied tegen hem uitpakken, met een schimpdicht vol steken naar hem? Zo zullen zij zeggen: Wee de man die opstapelt wat hem niet toebehoort, hoelang nog?, en die zich vollaadt met verpande schulden! Zullen zij aan wie jij geld schuldig bent niet plotseling opspringen, zullen niet ontwaken wie jou de stuipen op het lijf jagen? Dan lig jij als buit voor hen klaar. Omdat jij talloze volken hebt uitgeschud, zal wat er aan volken overblijft jou uitschudden, vanwege vergoten mensenbloed en het geweld dat je pleegde tegen land en stad en tegen ieder die daar woonde.

Wee de man die met oneerlijke winst zijn huis vult, om zijn nest ergens hoog neer te leggen en zo buiten het bereik van de rampspoed te blijven! Schande heb je over je eigen huis afgeroepen door talrijke volken uit te wissen, en zo verspeel je je eigen leven. Zelfs de steen zal het uit de muur uitschreeuwen, en vanuit het houten gebint zal de balk hem beantwoorden.

Wee de man die een stad optrekt met bloedvergieten en een vesting op wandaden laat rusten! Kijk, is het niet de HEER van de hemelse legermachten die maakt dat volken zich voor het vuur afsloven en naties zich voor niets uitputten? Want vol zal de aarde worden van het besef van de glorie van de HEER, zoals het water heel de zeebodem overdekt.

Wee de man die zijn naaste laat drinken en er zijn woede bij inschenkt tot die dronken is, alleen om zich aan diens naaktheid te vergapen! Van schande ben je verzadigd geraakt in plaats van eer. Drink nu ook zelf en laat je onbesneden staat maar zien! De beker uit de rechterhand van de HEER draait naar jou toe, en over je aanzien valt niets dan schande. Het geweld tegen de Libanon zal je onder zich begraven, en de slachting onder de dieren daar zal je opschrikken, vanwege vergoten mensenbloed en het geweld dat je pleegde tegen land en stad en tegen ieder die daar woonde.

Wat heeft een gehouwen beeld voor nut, dat de maker het uitsnijdt, of een gegoten beeld dat leugens onderwijst, dat degene die het vormt op zijn eigen maaksel vertrouwt en zwijgende afgoden in elkaar zet? Wee de man die tegen een stuk hout zegt: “Word wakker!”, en tegen een sprakeloze steen: “Sta op!” Kan dat soms iets leren? Zie, met goud en zilver is het overtrokken, maar er zit geen zucht adem in. De HEER echter troont in zijn heilige tempel; laat heel de aarde stil voor hem zijn.

← Habakuk 1Habakuk 3 →