Woordanker leesuitgave ‹ ›

Hoofdstuk

Exodus 15

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

Toen hieven Mozes en de Israëlieten dit lied aan ter ere van de HEER: “Ik wil zingen voor de HEER, want verheven is hij, hoog verheven; ros en ruiter stortte hij in de zee. Mijn sterkte en mijn gezang is de Heer, hij is mij redding geworden. Hij is mijn God, hem breng ik lof, de God van mijn vader, hem prijs ik hoog. De HEER is een oorlogsheld; HEER, dat is zijn naam. De wagens van de farao met heel zijn macht slingerde hij de zee in; de bloem van zijn officieren zonk weg in de Rietzee. De waterdiepten sloten zich boven hen; als een steen daalden zij af naar de kolken. Jouw rechterhand, HEER, ontzagwekkend van kracht, jouw rechterhand, HEER, verbrijzelt de vijand. In de volheid van jouw grootheid werp je neer wie zich tegen je verheffen; je laat je gloeiende toorn gaan, die hen wegbrandt als kaf. Op de adem van jouw neusgaten stuwde het water zich hoog, de golven stonden overeind als een wal, de diepten stolden midden in de zee. De vijand had gedacht: ‘Ik ga achterna, ik grijp hen, ik verdeel de buit, mijn lust zal zich aan hen verzadigen; ik trek mijn zwaard, mijn hand vaagt hen weg.’ Jij blies met jouw adem, en de zee overspoelde hen; als lood zonken zij weg in het machtige water. Wie is als jij onder de goden, HEER? Wie is als jij, geducht in heiligheid, ontzagwekkend in lofwaardige daden, wonderen doende? Jij strekte jouw rechterhand uit, en de aarde verzwolg hen. In jouw trouw heb je het volk geleid dat je hebt vrijgekocht; met jouw macht bracht je het naar jouw heilige verblijf. De volken hoorden het en beefden; angst greep de bewoners van Filistea aan. Toen sloeg de schrik de stamhoofden van Edom om het hart, de machthebbers van Moab werden door siddering bevangen, alle bewoners van Kanaän verloren de moed. Ontzetting en angst overviel hen; door de kracht van jouw arm verstarden zij tot steen, totdat jouw volk was overgestoken, HEER, totdat het volk was overgestoken dat je je verworven hebt. Jij brengt hen binnen en plant hen op de berg die jou toebehoort, de plaats die je, HEER, tot jouw woning hebt gemaakt, het heiligdom, Heer, dat jouw handen hebben gesticht. De HEER is koning voor eeuwig en altijd.”

Immers, nadat het gespan van de farao (zijn paarden, wagens en ruiters) de zee was binnengetrokken, deed de HEER de watermassa over hen heen terugvloeien, terwijl Israël over de droge bodem de overkant had bereikt. Toen greep de profetes Mirjam, de zuster van Aäron, een tamboerijn, en alle vrouwen volgden haar, dansend en trommelend. En Mirjam zong hun voor: “Zing voor de HEER, want verheven is hij, hoog verheven; ros en ruiter stortte hij in de zee.”

Mozes deed Israël van de Rietzee opbreken, de Sur-woestijn in; drie dagen trokken zij door die dorheid zonder ergens water aan te treffen. Zij bereikten Mara, maar konden er niet drinken omdat het water er bitter smaakte; die plaats heet daarom Mara, wat bitter betekent. Toen begon het volk tegen Mozes te morren: “Wat moeten wij drinken?” Hij riep de HEER aan, en de HEER wees hem een stuk hout; wierp hij dat in het water, dan werd het zoet. Daar gaf hij het volk een vaste regel en een recht, en daar stelde hij het op de proef. Hij zei: “Luister je aandachtig naar de stem van de HEER, je God, en doe je wat recht is in zijn ogen, neem je zijn geboden ter harte en houd je al zijn bepalingen, dan zal ik je met geen van de kwalen treffen die ik Egypte heb opgelegd; want ik, de HEER, ben het die je geneest.”

Daarna kwamen zij in Elim, waar twaalf waterbronnen en zeventig palmbomen stonden, en daar sloegen zij bij het water hun kamp op.

← Exodus 14Exodus 16 →