Hoofdstuk
Efeziërs 2
En ook jullie waren dood: verstrikt in je overtredingen en zonden. Daarin bewoog je je ooit voort, meegaand met de gang van deze wereld. Je gehoorzaamde de heerser over het rijk van de lucht, de geest die nog altijd werkzaam is in de mensen die weigeren te luisteren. Ook wij allemaal hebben ooit zo geleefd, opgejaagd door de verlangens van ons vlees, gehoor gevend aan wat lichaam en gedachten wilden. Van nature waren wij, net als alle anderen, kinderen die de toorn verdienden. Maar God is rijk aan ontferming. Door de overvloedige liefde waarmee hij ons heeft liefgehad, heeft hij ons, hoewel wij dood waren door onze overtredingen, samen met de Gezalfde tot leven gewekt. Uit genade zijn jullie gered! Samen met hem heeft God ons opgewekt en ons in de hemelse wereld naast hem laten zetelen, verbonden met de Gezalfde Jezus, om in de eeuwen die komen te laten zien hoe grenzeloos rijk zijn genade is, in de goedheid die hij ons in de Gezalfde Jezus bewijst. Want uit genade zijn jullie gered, dankzij het vertrouwen. En ook dat komt niet uit jezelf: het is een geschenk van God. Het berust niet op prestaties, zodat niemand zich erop kan laten voorstaan. Wij zijn namelijk zijn eigen werkstuk, in de Gezalfde Jezus geschapen voor de goede daden die God al had klaargelegd, zodat wij daarin zouden leven.
Houd daarom voor ogen dat jullie ooit van geboorte tot de volken hoorden. Jullie werden de onbesnedenen genoemd door hen die zich besnedenen laten heten, met een besnijdenis die mensenhanden in het vlees aanbrengen. In die tijd leefden jullie zonder de Gezalfde, buitengesloten van het burgerschap van Israël, vreemd aan de verbonden met hun belofte, zonder hoop en zonder God in de wereld. Maar nu, in de Gezalfde Jezus, zijn jullie die eens ver weg waren dichtbij gebracht door het bloed van de Gezalfde. Want hijzelf is onze vrede. Uit de twee partijen heeft hij één geheel gemaakt: in zijn eigen lichaam haalde hij de scheidsmuur neer, de muur van vijandschap die hen verdeelde. Hij heeft de wet met al haar geboden en voorschriften ontkracht, om in zichzelf uit die twee één nieuwe mens te scheppen en zo vrede te stichten. Door het kruis, waaraan hij de vijandschap doodde, wilde hij beide groepen in dat ene lichaam met God verzoenen. Hij is gekomen en heeft vrede aangekondigd: vrede aan jullie die ver weg waren en vrede aan wie dichtbij was. Want door hem hebben wij, beide partijen, in één Geest vrije toegang tot de Vader.
Zo zijn jullie dus geen vreemdelingen of gasten meer, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God. Jullie zijn gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, met als hoeksteen de Gezalfde Jezus zelf. In hem wordt het hele bouwwerk samengevoegd en rijst het op tot een tempel die de Heer is toegewijd. In hem worden ook jullie mee ingebouwd tot een woning waar God door zijn Geest verblijft.