Woordanker leesuitgave ‹ ›

Hoofdstuk

Deuteronomium 30

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

Wanneer dit alles je is overkomen, de zegen zowel als de vloek die ik je heb voorgehouden, en je trekt het je aan, waar je je ook bevindt tussen de volken waarheen de HEER, je God, je heeft verdreven, en met je kinderen bij je wend je je weer tot de HEER, je God, luisterend naar hem met je hele hart en je hele ziel, precies naar wat ik je vandaag voorschrijf, dan brengt de HEER, je God, een keer in je lot en ontfermt hij zich over je; opnieuw haalt hij je samen uit alle volken waaronder de HEER, je God, je had verspreid. Al waren de jouwen tot aan de rand van de hemel verdreven, ook vandaar zal de HEER, je God, je verzamelen en weghalen. Naar het land van je voorouders voert de HEER, je God, je terug, en je zult het weer als eigendom bezitten; méér nog dan aan hen zal hij je voorspoed geven en je nakomelingen talrijker maken. De HEER, je God, zal jouw hart en dat van je nakomelingen de besnijdenis geven, waardoor je de HEER, je God, met hart en ziel zult beminnen en het leven behoudt. Al deze vervloekingen legt de HEER, je God, dan op je vijanden en op de haters die je hebben achtervolgd. Jij zult opnieuw naar de HEER luisteren en al zijn geboden naleven die ik je vandaag voorhoud. In alles wat je onderneemt zal de HEER, je God, je rijkelijk laten gedijen: in je kroost, in de worp van je vee en in de oogst van je akker; opnieuw immers zal de HEER er, zoals vroeger bij je voorouders, behagen in vinden je voorspoed te schenken, op voorwaarde dat je luistert naar de HEER, je God, en de geboden en wetten onderhoudt die in dit boek van de onderwijzing staan opgetekend, en dat je je met hart en ziel geheel opnieuw tot de HEER, je God, keert.

Het gebod dat ik je vandaag voorleg gaat je verstand niet te boven en ligt niet buiten je bereik. Het bevindt zich niet in de hemel, waardoor je zou zeggen: ‘Wie beklimt namens ons de hemel om het daar weg te halen en ons voor te lezen, zodat wij ernaar kunnen handelen?’ Het is evenmin aan de overzijde van de zee, zodat je zou vragen: ‘Wie vaart voor ons de zee over om het op te halen en ons voor te lezen, zodat wij ernaar kunnen handelen?’ Nee, het woord is vlakbij: het rust in je mond en in je hart, gereed om te worden volbracht.

Kijk, vandaag leg ik je het leven en het goede voor, en ook de dood en het kwade. Wat ik je vandaag opdraag, is de HEER, je God, lief te hebben, zijn wegen te bewandelen en je aan zijn geboden, wetten en regels te houden; dan blijf je leven, word je talrijk en zegent de HEER, je God, je in het land dat je binnengaat om het in bezit te nemen. Maar keert je hart zich af en luister je niet, laat je je verleiden om voor vreemde goden te buigen en die te dienen, dan kondig ik je vandaag met klem aan dat je onherroepelijk ten onder zult gaan; je zult niet lang leven in het land aan de overkant van de Jordaan, dat je in bezit gaat nemen zodra je oversteekt. Vandaag roep ik hemel en aarde op om tegen je te getuigen: leven en dood heb ik je voorgelegd, zegen en vloek. Kies voor het leven, zodat jij en je nakomelingen zullen leven, door de HEER, je God, te beminnen, aan hem gehoor te geven en je aan hem te hechten. Hij immers is je leven en de duur van je dagen, waardoor je mag blijven op de bodem die de HEER onder ede aan je voorouders Abraham, Isaak en Jakob toezegde.”

← Deuteronomium 29Deuteronomium 31 →