Woordanker leesuitgave ‹ ›

Hoofdstuk

2 Korintiërs 13

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

Voor de derde maal kom ik nu naar jullie. “Elke zaak moet berusten op de verklaring van twee of drie getuigen.” Wie eerder gezondigd hebben en alle anderen heb ik het al gezegd toen ik voor de tweede keer bij jullie was, en ik zeg het nu op afstand opnieuw: kom ik terug, dan zal ik niemand ontzien, nu jullie het bewijs eisen dat de Gezalfde in mij aan het woord is. Tegenover jullie is hij niet zwak; integendeel, onder jullie toont hij zijn kracht. Want al is hij in zwakheid gekruisigd, hij leeft uit Gods kracht. En al delen ook wij in zijn zwakheid, wij zullen met hem leven uit Gods kracht, jullie ten dienste.

Ga bij jezelf na of je in het geloof staat; toets jezelf. Of herkennen jullie niet dat Jezus de Gezalfde in jullie leeft? Anders zouden jullie de toets niet doorstaan. Maar ik hoop dat jullie zullen merken dat wíj de toets wél doorstaan. En wij bidden tot God dat jullie niets verkeerds doen, niet om onszelf geslaagd te laten lijken, maar met de bedoeling dat jullie het goede doen, ook al zouden wij zelf niet lijken te slagen. Want wij vermogen niets tegen de waarheid, alleen ten gunste van de waarheid. Wij zijn blij wanneer wíj zwak zijn en jullie sterk. En dit bidden wij ook: dat jullie tot volle rijpheid komen. Daarom schrijf ik dit vooraf, van een afstand, zodat ik straks bij jullie niet hard hoef in te grijpen op grond van de volmacht die de Heer mij verleende, een volmacht om op te bouwen, niet om af te breken.

Tot slot, broeders en zusters: wees verheugd, laat je terechthelpen, spreek elkaar moed in, wees eensgezind, leef in vrede; dan zal de God van liefde en vrede met jullie zijn. Groet elkaar met een heilige kus. Alle heiligen laten jullie groeten. Moge de genade van de Heer Jezus de Gezalfde met jullie allen zijn, en de liefde van God, en de gemeenschap van de heilige Geest.

← 2 Korintiërs 12einde →