Woordanker leesuitgave ‹ ›

Hoofdstuk

1 Tessalonicenzen 5

Zie je iets dat beter kan? Klik op een vers om te reageren of om de uitleg te openen.

Over de tijden en tijdstippen, broeders en zusters, hoeven wij jullie niets te schrijven, want jullie weten heel goed dat de dag van de Heer komt zoals een dief in de nacht. Net wanneer de mensen roepen “vrede en veiligheid”, overvalt de ondergang hen ineens, zoals de weeën een zwangere vrouw, en ontsnappen zullen ze niet. Maar jullie, broeders en zusters, verkeren niet in het duister, zodat die dag jullie als een dief zou verrassen. Jullie zijn immers allen kinderen van het licht en van de dag. Wij horen niet bij de nacht of het donker. Laten we dus niet indommelen zoals de anderen, maar wakker en helder van geest blijven. Wie slaapt, slaapt namelijk ’s nachts, en wie zich bedrinkt, is ’s nachts dronken. Maar laten wij, die bij de dag horen, nuchter blijven: bekleed met het harnas van geloof en liefde en met de hoop op redding als helm. Want God heeft ons niet bestemd om zijn toorn te ondergaan, maar om redding te verwerven door onze Heer Jezus de Gezalfde. Hij is voor ons gestorven, en daardoor zullen wij met hem leven, of we nu waken of slapen. Spreek elkaar daarom moed in en sterk elkaar, zoals jullie trouwens al doen.

Wij vragen jullie, broeders en zusters: heb waardering voor wie zich onder jullie inspannen, wie jullie in de Heer leiding geven en jullie terechtwijzen. Schenk hun om hun werk de allergrootste liefde en achting. Bewaar de vrede onder elkaar. Wij dringen er bij jullie op aan, broeders en zusters: spreek de ongeregelden aan, geef moed aan wie de moed verliezen, sta de zwakken bij en wees met iedereen geduldig. Zorg dat niemand kwaad met kwaad vergeldt, maar streef er altijd naar elkaar en alle mensen goed te doen.

Wees altijd blij, bid onafgebroken, dank onder alle omstandigheden; want dat is wat God, in de Gezalfde Jezus, van jullie verlangt. Doof de Geest niet, wijs profetieën niet af, maar beproef alles en houd het goede vast. Blijf weg van elke vorm van kwaad.

Moge de God van de vrede zelf jullie volkomen heiligen, en mogen jullie geest, ziel en lichaam ongeschonden en onberispelijk bewaard blijven wanneer onze Heer Jezus de Gezalfde komt. Hij die jullie roept is trouw; hij zal het ook volbrengen. Broeders en zusters, bid ook voor ons. Begroet alle broeders en zusters met een heilige kus. Bij de Heer bezweer ik jullie: zorg dat deze brief aan alle gelovigen wordt voorgelezen. De genade van Jezus de Gezalfde, onze Heer, zij met jullie.

← 1 Tessalonicenzen 4einde →