Hoofdstuk
1 Johannes 5
Ieder die gelooft dat Jezus de Gezalfde is, is uit God geboren; en wie de vader liefheeft, houdt ook van het kind dat uit hem is voortgekomen. Dat wij de kinderen van God liefhebben, weten wij hieraan: dat wij God liefhebben en zijn geboden volbrengen. God liefhebben houdt namelijk in dat wij ons aan zijn geboden houden, en die geboden zijn niet drukkend, want al wie uit God geboren is, wint het van de wereld. En dit is de overwinning die de wereld heeft overwonnen: ons geloof. En wie behaalt de overwinning op de wereld, anders dan wie gelooft dat Jezus de Zoon van God is?
Deze Jezus de Gezalfde is het die is gekomen, en wel door water en bloed. Niet met het water als enige, maar met water zowel als bloed. De Geest legt hiervan getuigenis af, en de Geest is de waarheid zelf. Er zijn er namelijk drie die getuigen: de Geest, het water en het bloed; en deze drie wijzen naar hetzelfde. Als wij de getuigenverklaring van mensen aannemen, dan weegt Gods getuigenis nog veel zwaarder; en dit is wat God heeft verklaard: hij heeft getuigd over zijn Zoon. Wie op de Zoon van God vertrouwt, draagt dat getuigenis in zichzelf mee. Wie God niet gelooft, maakt hem tot leugenaar, want hij weigert te geloven wat God omtrent zijn Zoon getuigd heeft. En dat getuigenis komt hierop neer: God heeft ons het eeuwige leven geschonken, en dat leven bevindt zich in zijn Zoon. Wie de Zoon heeft, bezit het leven; wie de Zoon van God niet heeft, bezit het leven niet.
Ik schrijf dit alles aan jullie die geloven in de naam van Gods Zoon, zodat je zeker weet dat je eeuwig leven bezit. En dit is het vertrouwen waarmee wij ons tot hem wenden: dat hij ons hoort wanneer wij hem iets vragen dat strookt met zijn wil. Weten wij dat hij ons hoort, wat wij ook maar vragen, dan weten wij ook dat het gevraagde ons reeds toekomt. Ziet iemand dat zijn broeder een zonde doet die niet naar de dood voert, laat hij dan voor hem bidden; God zal aan zulke mensen het leven schenken, aan hen namelijk wier zonde niet dodelijk is. Er is ook een zonde die tot de dood leidt; van dat geval zeg ik niet dat men ervoor moet bidden. Elk onrecht is zonde, en toch is er zonde die niet tot de dood voert.
Wij weten dat wie uit God geboren is, niet in de zonde volhardt; want hij die uit God is voortgekomen, houdt hem in bescherming, en de boze krijgt geen vat op hem. Wij weten dat wij van God zijn en dat de hele wereld in de greep van de boze ligt. Wij weten bovendien dat de Zoon van God is gekomen en ons het vermogen heeft geschonken om hem te kennen die waarachtig is. En wij zijn in die Waarachtige, doordat wij in zijn Zoon Jezus de Gezalfde zijn. Hij is de waarachtige God en het eeuwige leven. Kinderen, houd je ver van de afgoden.